Lieve Louise (2007)

Lieve Louise,

Lieve Louise, als ik het kon, rukte ik je linker long uit je lijf en wisselde het met een rechterbeen op het Falconplein.

Dinsdagmorgen, iets wat gehaast rijd ik naar de bushalte voor de zoveelste trip naar Mechelen. Eerst de bus en dan de trein. De trein is al iets gezelliger omdat de minimale grens van ruimte tussen de pendelaars niet overschreden wordt. Wanneer de pendelaars tegen elkaar plakken begint de negatie en gaat de volumeknop van hun mp3-speler oorverdovend de hoogte in. Maar nu staan we nog aan de bushalte.

Zwijgend naast enkele vrouwen die mijn oma hadden kunnen zijn. Mijn oma staat er niet bij anders had ik wel hallo gezegd. Ik praat graag tegen iedereen maar dit is mijn minst geliefde doelgroep. Wanneer ik per ongeluk oogcontact krijg, begint een oma te zagen dat de bus weeral te laat is. Maar oma toch, de bus moet pas binnen 5 minuten komen denk ik zwijgend. Waarschijnlijk rijden deze fraumenschen naar Deurne.

In Deurne is er een café met een overkoepeld terras waar ze nog kunnen roken. Daar kunnen ze roken, koffie drinken en gratis hun blaas ledigen. Ik vertrouw geen oma’s van tachtig die kettingroken en vrolijk en gezond de bus nemen naar Deurne. In de undergroundscène van de oma’s van Deurne moet er wel een handel in longen zijn. Zij zullen hun contacten met de bejaardentehuizen wel hebben. In deze tijd van euthanasie zijn er zeker mensen  die er een longetje van meepikken. Mensen van het onderhoudspersoneel die, voor Franske zijn laatste adem uitblaast, even de inwendige Frans gaan exploreren. Na Frans komt de long in de fruitmand terecht, daarna in ‘lieve’ Louise. Maar Louise staat nog altijd zwijgend naast mij te wachten op de bus.

Een a-klaske rijdt voorbij. Een golf draait af. Weer een slachtoffer van oorzaak en gevolg. De botsing was niet hard maar toch blijft de dame van het  a-klaske op de koude asfalt liggen. Wel, dat is vreemd. “Die ee ne wandelstok en die gerokt ni vanzelf recht” scandeert Louise. Een gehandicapte vrouw van een jaar of dertig wijdbeens op de koude trottoir met een wandelstok naast haar. Louise heeft een punt maar subtiliteit is een woord dat ze niet kent. Met veel moeite krijg ik de dame terug op haar zadel. De oma’s snellen toe en kijken met een sensatie geile blik. Louise duwt op de toeter van de dame en roept luid “toetertje toeten”. Over de wang van de vrouw rolt een traan van hulpeloosheid die leidt naar het geven van gas.

Nu hebben de vrouwen iets om over te praten en hun gekwetter dringt ongevraagd mijn oorschelp binnen. Louise, als ik het kon rukte ik je linker long uit je lijf en wisselde het met een rechterbeen op het Falconplein. Dat been geef ik dan aan de vrouw zodat zij haar a-klaske en haar stok thuis kan laten en haar fiets kan nemen. Ik zou je wel opnieuw dichtnaaien, zodat ik de volgende morgen niet word geconfronteerd met een opengesneden oma. Maar ja, mijn bus is er.

 

This entry was posted in column. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>